A1–A2 · VOORZETSELS
In, on of at? Engelse voorzetsels
Tijd en plaats kiezen met duidelijke patronen.
Woordenschat, grammatica en natuurlijk gebruik om Engels helder en in context te leren.
A1 → A2 → B1 → B2 → C1. Het leerpad verbindt concrete doelen, begeleide oefening, actief ophalen, echt gebruik, fouten, quiz en flashcards.
Tijd en plaats kiezen met duidelijke patronen.
Hedenverbinding tegenover een afgerond verleden.
Hoeveelheden natuurlijk formuleren met telbare en ontelbare woorden.