Duitse naamvallen: eerst de functie, daarna de tabel
Duits heeft vier naamvallen: nominatief voor het onderwerp, accusatief vaak voor het lijdend voorwerp, datief vaak voor het meewerkend voorwerp en genitief voor bezit of relatie.
Der Mann sieht den Hund.
Ich gebe dem Mann das Buch.
Das Auto des Mannes.
Ich gebe dem Mann das Buch.
Das Auto des Mannes.
Bij mannelijke bepaalde lidwoorden zie je een handig patroon: der → den → dem → des. Leer eerst de functie in echte zinnen en voeg daarna de volledige tabel toe.
Lees ook als en wenn.
Korte oefening
Ich sehe ___ Mann.