Als of wenn? Tijd en voorwaarde in het Duits
Het Nederlandse woord “als” kan in het Duits zowel als als wenn worden. Het verschil wordt duidelijker zodra je kijkt naar eenmalig verleden, herhaling en voorwaarde.
Als: één keer in het verleden
Gebruik als voor een eenmalige situatie of periode in het verleden.
Als ich klein war, wohnte ich in Utrecht.
Toen ik klein was, woonde ik in Utrecht.
Toen ik klein was, woonde ik in Utrecht.
Wenn: herhaling, heden, toekomst en voorwaarden
Wenn gebruik je voor dingen die herhaald gebeurden, nu of later gebeuren, of afhankelijk zijn van een voorwaarde.
Wenn ich Zeit habe, lerne ich Deutsch.
Als ik tijd heb, leer ik Duits.
Wenn wir in Berlin waren, gingen wir oft ins Museum.
Wanneer we in Berlijn waren, gingen we vaak naar het museum.
Als ik tijd heb, leer ik Duits.
Wenn wir in Berlin waren, gingen wir oft ins Museum.
Wanneer we in Berlijn waren, gingen we vaak naar het museum.
Let op de woordvolgorde
Zowel als als wenn leiden een bijzin in. De persoonsvorm gaat dus naar het einde van die bijzin.
Snelle vuistregel: één specifieke situatie in het verleden → als. Herhaling of voorwaarde → meestal wenn.
Korte check
Vul aan: ___ ich klein war, wohnte ich in Utrecht.
Train Duitse woordvolgorde en grammatica in complete zinnen.
DeckLearn Flashcards