Pretérito of imperfecto?
De pretérito markeert vaak een afgeronde gebeurtenis. De imperfecto beschrijft gewoonten, achtergrond of iets dat gaande was.
Ayer compré un libro. — gisteren kocht ik een boek.
Cuando era niño, jugaba al fútbol. — toen ik kind was, speelde ik vaak voetbal.
Leía cuando sonó el teléfono. — ik was aan het lezen toen de telefoon ging.
Cuando era niño, jugaba al fútbol. — toen ik kind was, speelde ik vaak voetbal.
Leía cuando sonó el teléfono. — ik was aan het lezen toen de telefoon ging.
Bekijk ook por of para.
Korte oefening
Cuando era niño, ___ al fútbol cada día.